Onder “begeleiding” verstaan wij de vorm van hulp en ondersteuning die in principe aan iedere leerling ten dienste van zijn onderwijskundig en persoonlijk of sociaal functioneren geboden wordt.
“Zorg” is bedoeld voor leerlingen met een beperking. We denken dan bijvoorbeeld aan leerlingen met een lichamelijke beperking, leerlingen met een stoornis in het autistisch spectrum, leerlingen met dyslexie. Ook leerlingen met grote gezinsproblematiek komen in aanmerking voor zorg.
Na het eerste tussenrapport kunnen leerlingen van klas 1 t/m 3 in verschillende soorten begeleiding ingedeeld worden. Plaatsing in een begeleiding komt tot stand na overleg tussen de mentor en de leerlingen; eventueel worden hier ook de ouders in betrokken. Vanzelfsprekend wordt ook de docentenvergadering van elke klas geraadpleegd. Uitgangspunt is altijd dat gekeken wordt naar de oorzaak van de tegenvallende prestaties.